Aan tafel in Oelbroeck zit Marc Thijssen. Samen met Mark Bergmans, Emiel Jansen, Werner van Sambeek, Gwen de Jong en Sandra Thijssen vormde hij de organisatie van Vrienden van Oelbroeck Live. Met hem kijken we terug op hun concerten van vorige week.
Vrienden van Oelbroeck Live vond vorig jaar voor het eerst plaats. Toen was de bedoeling om ongeveer half om half cabaret en muziek te doen. Daarna besloot de organisatie om zich helemaal te focussen op de muziek. Geïnspireerd op de concertenreeks van Vrienden van Amstel Live, vandaar de naam. De muziek werd verzorgd door een groot orkest. Dat orkest bestond niet alleen uit mensen van Sint Cecilia, zoals velen denken. Van heinde en verre waren muzikanten bij elkaar gebracht om samen muziek te komen maken op hoog niveau. Studenten uit Tilburg, maar ook mensen uit Drenthe en Rotterdam speelden mee. Een kwart bestond uit de harmonie, de anderen speelden eerder bijvoorbeeld in projectorkesten zoals het Vierdaagseorkest. Marc: “Het voordeel van zo’n tijdelijk orkest is dat het minder tijd kost. Wij noemen deze opstelling trots het Groot Oelbroeck Showorkest.”
Verrassende combinaties
Marc Thijssen organiseerde het artistieke deel, waaronder het werven van artiesten: “We wilden na het succes van vorig jaar nog meer combinaties van artiesten maken. Dat heeft een verrassend effect bij het publiek. Solo-liedjes die door tweeën worden gedaan zorgen voor extra energie op het podium. En voor de artiesten is dat natuurlijk ook gaaf, als er een goede match ontstaat kunnen zij anderen beter leren kennen. Wie had gedacht dat Bittersweet Symphony gezongen zou worden door Ido Ypma en Jouke Thijssen?” Dit jaar kon het orkest ook gebruik maken van C’est la Vie, een groot popkoor uit onze regio. Waar zij in eerste instantie maar voor twee liedjes waren gevraagd, bleek hun stemgeluid nog veel meer muziek te verrijken. Marc: “Het koor heeft zo’n toegevoegde waarde. Zeker met de lichtshow erbij was het soms zo sereen, het was bijna religieus.”
Het was best een behoorlijke klus om alles geregeld te krijgen. Marc: “Sandra en ik hebben zitten tellen, wij zaten een paar weken van tevoren al aan 40 uur voorbereidingstijd. Je moet de organisatie nu eenmaal voorzien van materiaal en artiesten voordat je aan zaken als de showprogrammering of de interviews voor de media kunt beginnen.”
Mensen bij de muziek
Gedurende het jaar kreeg het programma langzaam vorm. Marc maakte een afspeellijst waar hij telkens de potentiële nummers in plaatste. De inspiratie daarvoor kan soms uit het niets komen. Zo vertelt hij over een idee dat hij had: “Will Thijssen had eigenlijk Casa la Vroix als lied, dat was echt gaaf om te doen. Maar ik kwam bij Falco uit, zijn bekende lied Jeanny. Een lied met impact waar wel wat theater bij past. Ik heb hem toen even thuis opgezocht en heb toen een versie laten zien van Falco met een orkest. Meteen toen hij dat zag gingen de wenkbrauwen omhoog en vroeg hij enthousiast: “Wie gaat dat doen? Ik?”. Dat bleek een schot in de roos, zijn optreden was verpletterend.” Ook op het laatste moment moesten er nog aanpassingen worden gemaakt. Twee weken voor de start van de show viel een hoornist van de trap. Heel vlug moest een vervanger worden gevonden, want ‘the show must go on’. Gelukkig is ook dat na wat belletjes weer gelukt en bleef het orkest compleet.
Repetities
De artiesten hoefden slechts zes keer repeteren. Dat is ongekend weinig met zo’n programma, een nieuw gevormd orkest en speciaal voor deze show geschreven arrangementen. Marc vertelt: “Het is best een klus om met zo min mogelijk repetities zo veel mogelijk rendement te bereiken. Zo hebben we bijvoorbeeld een combo-repetitie gedaan, waarbij het orkest en de artiesten tegelijk oefenden in aparte ruimtes. Zo konden we af en toe bij elkaar komen en daarna weer uiteen gaan. Je wil ook geen repetities van acht uur, het moet ook te doen zijn voor iedereen. In de chaos van koor, muzikanten en andere zangers moet je als dirigent rust zien te scheppen. Voor mij als ADHD’er, ik hoor alles van iedereen en krijg alle prikkels van alle kanten binnen, is het bijna therapeutisch om zo die rust aan te brengen en alles te stroomlijnen.”
Emotie in de muziek
In de voorbereiding werden veel keuzes gemaakt om de goede lading en sfeer in het programma te brengen. Met een divers programma zorg je ervoor dat je plek schept voor allerlei gevoelens, allerlei herinneringen. Het publiek zal vast van alles herkend hebben uit hun eigen levens. Marc: “Als artiest wil je je uiten. Muziek hoeft niet alleen maar vrolijk te zijn, maar kan juist ook een uitlaatklep voor andere gevoelens worden. Alle gevoelens en bagage die we hebben nemen we mee op het podium. Voor mij persoonlijk was dat een aantal naasten die ik heb verloren in het afgelopen jaar. Dat heb ik geprobeerd in de programmering te stoppen. En de emotie die wij erin steken maakt zo bij anderen ook weer gevoel los. Toen Sytze Thijssen speelde heb verschillende mensen een traantje zien wegpinken. Zo mooi is dat.”
Voor, tijdens en na de show overheerste de teamgeest. Muziek verbroedert. “We hebben allemaal mensen samen gebracht en een echt hecht team gecreëerd. Je bent geen concurrent van elkaar, maar werkt samen om de mooiste muziek te maken. Tussen de zangers en zangeressen onderling was de sfeer ook heel leuk.”
Concert voor iedereen
Doordat het publiek kon staan op zaterdag en kon zitten op zondag was de doelgroep verschillend. Op zaterdag wisten met name meer veertigers en vijftigers Oelbroeck te vinden. Op zondag was het publiek diverser. Toen kwamen juist ook senioren en kinderen mee. Zo werd het een concert voor iedereen. Voor het orkest was het verschil ook duidelijk merkbaar. “Als het publiek zit is de ambiance heel anders, omdat men dan meer luistert en minder meedoet. Juist dat meezingen of meeklappen maakt het voor de artiesten ook leuk om te doen. Wist je dat de omzet ook groter wordt als het publiek staat? Mensen zijn dan meer geneigd om naar de bar te lopen. Maar in Sint Tunnis willen sommige mensen ook graag zitten. Dus dat blijft een discussiepunt en daar puzzelen we ook mee voor komende edities.”
Bezoekers uit de hele regio
Wat de organisatie ook opviel is dat er zo veel mensen ‘van buitenaf’ waren. Veel mensen uit Oploo, Rijkevoort, Wanroij, Ledeacker en nog veel meer dorpen wisten het evenement te vinden. Een bezoeker complimenteerde de organisatie: “Dit is bijna professioneel. Bovenlokaal. Van schouwburgniveau.” Marc: “Daar zijn wij als organisatie natuurlijk trots op. En wij zijn mega trots op alle vrijwilligers die dat mogelijk maken. Zoiets moois ontstaan alleen dankzij hen. Dankzij de artiesten. Dankzij Oelbroeck. Dankzij alle mensen die achter de schermen hebben meegeholpen met talloze hand- en spandiensten. Zij hebben het samen weer geflikt.”
“We hebben er enorm van genoten. We moeten nog gaan bepalen of we terug komen, maar er wordt al best wat nagedacht over een derde editie. We hebben alweer best al wat leuke ideeën. Er staan alweer wat nummers in het Spotify afspeellijstje. Wie weet wat de toekomst brengt!”